Buitenschoolse opvang


Informatie buitenschoolse opvang (bso)

De buitenschoolse opvang biedt opvang aan kinderen in de leeftijd van 4 tot 13 jaar, na schooltijd. De bso vangt kinderen op als ouders werken en/of studeren. Buitenschoolse
opvang betekent geen verlenging van de schooltijd; buitenschoolse opvang vindt plaats in de vrije tijd van de kinderen en biedt derhalve gelegenheid aan kinderen voor een fijne invulling van die vrije tijd.

Kinderen in de basisschoolleeftijd die de bso bezoeken, hebben te maken met maar liefst drie verschillende leefmilieus: thuis, school en de buitenschools opvang. De situatie thuis en op school verschillen erg van elkaar, beiden hebben een grote impact op het kind. Omdat een kind op de basisschool al veel moet, is buitenschools opvang nadrukkelijk vrije tijd voor de kinderen. 

Bso en vrije tijd

Wij vinden dat vrije tijd wordt gekenmerkt door speels bezig zijn. Dat kinderen spelen en daaraan plezier beleven vinden wij belangrijk.Vrije tijd is speeltijd waarbij het kind zelf kan bepalen wat het doet, hoe het dat doet en met wie. Eigen initiatief staat voorop. Dit sluit echter niet uit dat er ook geregeld activiteiten door ons worden georganiseerd. Deze activiteiten variëren van schminken tot een spellencircuit of bowlen. We betrekken de kinderen bij het kiezen en het uitwerken van gerichte activiteiten.

Tijdens de vrije tijd ontwikkelt het kind sociale vaardigheden als initiatief nemen, zelfstandigheid, samenwerking en openheid. Zelf kiezen van activiteiten vereist aangepaste ruimten en een gevarieerd spel- en speelgoedaanbod. Vrije tijd doet ook denken aan huiselijkheid en gezelligheid. Dit betekent een gezellige inrichting, maar het betekent ook op een goede manier (sociale vaardigheden) omgaan met elkaar.

Bso en opvang, een aanvulling op de ontwikkeling van kinderen

Op de bso bieden we kinderen opvang: onderdak, zorg, bescherming, gezelligheid en persoonlijke aandacht voor ieder kind. Opvang die aansluit bij de ontwikkeling van de kinderen, maar waarbij de pedagogisch medewerkers ook sturend zijn: wat kan wel en wat kan niet. We hebben het dan over normen en waarden, over het vaststellen van regels.